Vaarbewijs Europa· Studiehulp
Leeromgeving

Betonning

De tonnen en boeien die het vaarwater markeren (IALA-A / SIGNI).

De twee systemen

Lateraal — de zijkanten

Markeert de zijkanten van het vaarwater. Groen = stuurboordzijde (kegelvorm), rood = bakboordzijde (stompe/cilindervorm). Vuistregel bij opvaren: groen aan stuurboord, rood aan bakboord.

Cardinaal — t.o.v. een gevaar

Wijst met de kompasrichting (noord/oost/zuid/west) waar het veilige water ligt t.o.v. een gevaar. Altijd zwart-geel met zwarte kegel-toptekens; de kegels wijzen naar de zwarte band.

Op de rivier — stap voor stap

rechteroeverlinkeroeverstroom ↓ (je vaart mee)
Stap 1 van 6

De rivier en de stroom

Welke oever 'links' en 'rechts' is, bepaal je altijd mét de stroom mee (afvarend, richting zee). Je rechterhand wijst dan naar de rechteroever. In dit plaatje stroomt het water naar beneden, dus de rechteroever ligt aan de linkerkant van het beeld.

Lichtkarakters — de knipperende verlichting

's Nachts herken je tonnen aan hun lichtkarakter: het ritme waarin het licht aan en uit gaat. De verhouding licht/donker bepaalt de soort.

📖 Lezen van een code als VQ(3) 5s: VQ = zeer snel knipperen, (3) = drie schitteringen per groep, 5s = de hele groep + pauze herhaalt elke 5 seconden (de periode).

De soorten (met geheugensteun)

IsoIsophase

Betekenis: Even lang aan als uit.

💡 Onthouden: “iso” = gelijk (zoals isotherm, isobaar) → licht en donker zijn gelijk.

OccOcculting (onderbroken)

Betekenis: Langer aan dan uit — het licht wordt heel even onderbroken.

💡 Onthouden: “occult” = verborgen/bedekt (Latijn occultare). Het licht wordt even bedekt.

FlFlash (schittering)

Betekenis: Korter aan dan uit — een korte flits.

💡 Onthouden: Een korte “flits” in het donker → korter aan dan uit.

LFlLong flash (lange schittering)

Betekenis: Eén flits van minstens 2 seconden.

💡 Onthouden: “Long” = lang: de flits duurt ≥ 2 sec.

QQuick (snel)

Betekenis: Snel knipperen — ongeveer 1× per seconde.

💡 Onthouden: Quick = snel. Veel cardinale tonnen knipperen Q of VQ.

VQVery quick (zeer snel)

Betekenis: Zeer snel knipperen — ongeveer 2× per seconde.

💡 Onthouden: VQ is dubbel zo snel als Q.

Cardinale tonnen — tel met de klok

Op elke cardinale ton zit een wit licht. Het aantal schitteringen volgt de klok: oost = 3 uur (3), zuid = 6 uur (6), west = 9 uur (9), noord = 12 uur (doorlopend). De animatie toont het VQ-ritme; de balk is precies één periode lang en de witte kop loopt synchroon met het lampje.

Noord — VQ of Q, doorlopend (12 uur)
periode: doorlopend (geen pauze)
VQ-ritme, periode
Oost — VQ(3) 5s of Q(3) 10s (3 uur)
periode: 5 s
VQ-ritme, periode 5 s
Zuid — VQ(6)+LFl 10s of Q(6)+LFl 15s (6 uur)
periode: 10 s
VQ-ritme, periode 10 s
West — VQ(9) 10s of Q(9) 15s (9 uur)
periode: 10 s
VQ-ritme, periode 10 s

Alle tonnen & boeien

Tik op “Meer info” om te zien wat een ton betekent t.o.v. het gevaar.

Stuurboordton (lateraal)

Groen, kegelvorm. Houd deze aan je stuurboordzijde bij het opvaren.

opvaren ↑bakboordstuurboord

Bij opvaren houd je deze groene ton aan stuurboord (rechts van je boot).

Bakboordton (lateraal)

Rood, stompe (cilinder)vorm. Houd deze aan je bakboordzijde bij het opvaren.

opvaren ↑bakboordstuurboord

Bij opvaren houd je deze rode ton aan bakboord (links van je boot).

Veilig water

Rood-wit verticaal gestreept, rode bol. Veilig water rondom; passeer aan beide zijden.

veilig water rondom

Rondom de ton is veilig water. Je mag de ton aan beide kanten passeren — vaak ligt hij midden in het vaarwater of bij een aanloop.

Splitsingston (hoofd-/nevenvaarwater)

Bolvormige ton met rood en groen. Markeert de splitsing tussen hoofd- en nevenvaarwater.

Cardinaal — Noord

Zwart boven geel, twee kegels omhoog. Vaar ten noorden van de ton.

NZOWN

Het gevaar ligt ten zuiden (onderkant) van de ton. De noordton staat dus ten noorden van het gevaar — vaar ten noorden van de ton. De twee kegels wijzen omhoog (naar het noorden/veilige water).

Cardinaal — Oost

Zwart-geel-zwart, kegels met de bases tegen elkaar. Vaar ten oosten van de ton.

NZOWO

Het gevaar ligt ten westen van de ton. De oostton staat ten oosten van het gevaar — vaar ten oosten van de ton. De kegels staan met de bases tegen elkaar (rond, als een ei = Oost).

Cardinaal — Zuid

Geel boven zwart, twee kegels omlaag. Vaar ten zuiden van de ton.

NZOWZ

Het gevaar ligt ten noorden (bovenkant) van de ton. De zuidton staat ten zuiden van het gevaar — vaar ten zuiden van de ton. De twee kegels wijzen omlaag (naar het zuiden/veilige water).

Cardinaal — West

Geel-zwart-geel, kegels met de punten tegen elkaar. Vaar ten westen van de ton.

NZOWW

Het gevaar ligt ten oosten van de ton. De westton staat ten westen van het gevaar — vaar ten westen van de ton. De kegels staan met de punten tegen elkaar (smal, als een wesp/taille = West).

Geïsoleerd gevaar

Zwart met rode band(en), twee zwarte bollen. Markeert een op zichzelf staand gevaar.

blijf eraf — veilig water rondom

De ton ligt óp een op zichzelf staand gevaar (bijv. een wrak of ondiepte). Rondom is veilig water — blijf bij de ton vandaan. De twee bollen boven elkaar zijn het kenmerk.

Bijzondere markering

Geheel geel, met een geel liggend kruis (X) als topteken. Markeert géén vaargeul, maar een bijzonder gebied of object (bv. kabels/leidingen, een recreatie- of meetzone). Eventueel licht: geel.